Handboek Storytelling (Tesselaar en Scheringa)

Het ‘Storytelling Handboek’ van Suzanne Tesselaar en Annet Scheringa uit 2009 bespreekt de rol van storytelling bij verandering. Je zou zeggen: best pretentieus dan om dat het handboek storytelling te noemen. Alsof er geen andere toepassingen zijn te bedenken. Maar het is waar: verandering is natuurlijk hét thema in organisaties. En waarom werkt storytelling in die setting dan zo goed? Omdat ontwikkeling, verandering en transitie het centrale thema is in verhalen. Dat is de kern.

Storytelling handboek Tesselaar Scheringa Uitgeverij Boom

Verandering is een globaal thema. Uiteindelijk komen voornemens natuurlijk neer op verandering: gedragsverandering, cultuurverandering, een nieuwe visie, een nieuwe strategie, een fusie, het expliciteren van kernwaarden. Op al die onderdelen kun je je een andere aanpak van  storytelling voorstellen. Nuances. Want in grote lijnen komt het steeds op hetzelfde neer: je gaat verhalen verzamelen en verhalen construeren. Althans, dat lezen we in het boek. Er zit nog een stap tussen: reflecteren op verhalen, maar dat moeten we misschien impliciet veronderstellen.

 

Het boek van Tesselaar en Scheringa is praktisch. De auteurs werken in het boek met praktijkvoorbeelden, wat heel prettig leest. Je krijgt ook meteen beeld en geluid bij de cases. Minpuntje is alleen dat ze (noodgedwongen?) wel erg vaak terugkomen op dezelfde voorbeelden. Dat zijn er een handjevol, waar je het dan het hele boek mee moet doen. Of bedoelt uitgeverij Boom dat met ‘Handboek’?

praktische aanwijzingen

Zeker behulpzaam zijn de praktische aanwijzingen die de auteurs geven om medewerkers op de praatstoel te krijgen. Zo laten ze medewerkers in een groepsbijeenkomst een voorwerp meenemen dat voor hun het veranderingsproces symboliseert. Maar daar staat dan weer tegenover dat de praktische uitwerking van de voorbeelden wel heel erg banaal is. Je mist eigenlijk een stevige reflectie op die verzamelde verhalen. Maar nadat Tesselaar en Scheringa bij medewerkers een serie verhalen hebben verzameld rondom de verandering, schuiven ze de oogst door naar een een tekstschrijver om het veranderverhaal te maken. Dat lijkt me een gemiste kans. Wat zeggen die verhalen? Welke rode draden zie je in die verhalen? Welke patronen? Die fase zou ik er dan tussen schuiven en anders zou ik de tekstschrijver die straks het verhaal gaat maken, eerder in het proces betrekken. Of is het juist wijs om die rauwe verhalen door te zetten naar iemand die er verder helemaal buiten staat? Dat zou je dan graag willen weten. 

waardevolle voorbeelden

Hoe praktisch het boek ook is - en er staan echt wel waardevolle voorbeelden in - wat de auteurs beter niet hadden kunnen doen is het integrale resultaat van een cursus storytelling  die ze in Londen bij Stephan Denning (van Springboardstories) volgden in het boek opnemen. Denning heeft iets leuks bedacht. Nadat hij in een alinea een verhaal begint, mag elke cursist er om beurten een stukje aan toevoegen. Zo ontwikkelt zich het verhaal, waarna Denning er dan weer een slot aan breidt. Een leuke training natuurlijk voor een cursus storytelling. Maar vervolgens nemen de auteurs het hele relaas integraal op in het boek. Wat is daarvan de bedoeling? Wat worden we daar wijzer van? 

Bob Duynstee

 

 

Lees ook: 

Storytelling in 12 stappen, Mieke Bouma

No Story, No Glory; storytelling volgens Theo Hendriks

Corporate storytelling volgens Peter van der Wijk

Reageer


Volg ons



Deel


Commentaar schrijven

Commentaren: 0