Tot hier en niet verder, de grenzen van een aaibare minister president

Mensen in zijn naaste omgeving noemen hem aimabel, informeel, benaderbaar, energiek, geestig, zeer getalenteerd, een werkpaard, een uitmuntend econoom en een onverbeterlijke optimist. Mark Rutte ligt goed. Vooralsnog zelfs bij pers en oppositie. ‘Het enige wat je de jongeheer Rutte kunt verwijten’, zegt jeugdvriend Jort Kelder, ‘is dat ie misschien te aardig is, te weinig straatvechter.’ Laat Rutte met andere woorden niet teveel over zijn kant gaan? Volgens ingewijden echter gaat er achter die muur van vriendelijkheid een heethoofd schuil, die ‘pislink’ kan worden als zijn grenzen worden overtreden. En o wee als je je niet aan de afspraken houdt. (Eerder verschenen zomer 2010)

 

Mark Rutte

Het is even wennen, na het Balkenende-epoque. Opeens hebben we een minister president die het allemaal wél goed weet te brengen. 'Hoe je het ook wendt of keert', twitterde voormalig GroenLinks-leider Femke Halsema, 'een premier die antwoord geeft op vragen is een verademing na al die jaren dat ik bij het hekje stond en wel acht, negen vragen moest stellen voordat ik een duidelijk antwoord kreeg'. Dat moet ook Alexander Pechtold erkennen: 'Nu heb je duidelijkheid...alleen krijg je je zin niet.' Blijkens een onderzoek van TopX, het jongerenpanel van actualiteitenrubriek EénVandaag, ligt Mark Rutte ook goed bij de jeugd, die hem omschreef als slim, charismatisch en innemend. Tel uit je winst. 

 

 

Wat doet Rutte toch goed? Tijdens de lijsttrekkersverkiezing in 2006 sneerde Rita Verdonk nog: ‘Waar het bij Rutte aan ontbreekt is daadkracht, duidelijkheid.’ Nu wordt Rutte juist geroemd om die zelfde daadkracht en duidelijkheid. Hij heeft een visie, blijft daar consequent op hameren en dient die op in hapklare brokken. Hij is dol op lijstjes: grenzen stellen én handhaven, compactere overheid, minder regeldruk, meer asfalt, minder criminaliteit, meer economie. Maar vooral: lekker veel knopen doorhakken.

 

 

Hij popelt om Nederland eens flink onder handen te nemen. ‘We moeten op korte termijn piketpalen slaan’, zegt hij in Elsevier. ‘Ook daarom hanteren we vanaf dag 1 een cultuur van aanpakken. Pats! Pats! Pats! Dit kabinet weet scherp wat het wil.’ Ministers moeten hun voorstellen op maximaal 2 A4'tjes inleveren. Snel en zakelijk. En bijna alle bestuursvoorzitters hebben zijn mobiele nummer. ‘Even bellen en dingen regelen. Ik heb niets met branches en generiek geleuter. Praktische politiek, snel schakelen, bellen, dingen regelen’ (FD).

 

 

Ook debatteren doet hij knap. Hij kent –mede door zijn fotografische geheugen-  de stof en weet precies wat hij wil zeggen. Hiervoor werd hij vorig jaar door de pers tot politicus van het jaar gekozen, won de Socratesprijs en werd verkozen als winnaar van het lijstrrekkersdebat. ‘Zijn kwaliteit is dat hij een fantastisch verhaal houdt met kop en staart. Ogenschijnlijk losjes en doorspekt met bon mots', vindt  Gerrit Zalm, die hem ooit ‘ontdekte’. Zalm: ‘Ik zat eens naast Frits Bolkestein toen Rutte sprak zonder een snipper papier. Dat konden wij toch niet, zei ik tegen Frits.’

 

 

Rutte beseft echter als geen ander dat hij niet alleen met politici moet debatteren, maar vooral moet communiceren met de ‘hardwerkende Nederlander’. Gerdi Verbeet, voorzitter van de Tweede Kamer: 'Het is belangrijk dat een Kamerlid begrijpelijk spreekt. Dat mensen kunnen volgen waar een debat over gaat. Mark Rutte kan dat. Hij spreekt makkelijk en met humor.’ Rutte z'n geluk is dat hij de opvolger is van Balkenende. Het is helemaal niet zo'n prestatie om antwoord te geven op een vraag, maar we zijn het inmiddels niet meer gewend van een premier, dus krijgt ie er bonuspunten voor. Dat doet hij via twitter, youtube, Flickr. Voorheen was hij actief Hyver (met ruim 22 duizend Hyves-vrienden), maar daar is hij kortgeleden mee gestopt. Tijdgebrek.

 

 

In zijn omgang met de gewone man is Rutte joviaal. Volgens europarlementariër Derk Jan Eppink kan hij met iedereen een praatje maken: ‘Of het nu de vuilnisophaler is of de Koningin.’ En volgens Gerrit Zalm is hij ‘nooit te beroerd om ook in Delfzijl een zaaltje toe te spreken.’ Als hij het land ingaat spreekt hij winkelende burgers aan: ‘Hallo, ik ben Mark’ en deelt stroopwafels uit aan de aanwezige journalisten. In niet-politieke TV-programma’s (Koffietijd, Carlos en Irene) gedraagt Rutte zich als one of the guys: knipogend, lachend, duim opstekend vindt hij alles ‘Helemaal top! Onwijs leuk, man! Grote klasse! Super!' Het maakt hem extreem toegankelijk.

 

 

Presentator Robert Jensen ontving hem met de woorden: ‘Heeeey, Mark, alles goed jongen?’ Opmerkelijk. Een paar jaar geleden was rapper Ali B. samen met Jan Peter Balkenende te gast bij Pauw & Witteman. Ali B. tutoyeerde de premier tijdens de uitzending, waarop in het land de nodige ophef ontstond over de respectoloze omgangsvormen van de rapper. Rutte stoort zich er totaal niet aan en vertelt gewoon wat hij te vertellen heeft. Op zijn eigen manier. ‘Ik ben het effectiefst als ik dichtbij mezelf ben. Als mensen zien: aha, dat is ie dus.’

 

 

Volgens Jort Kelder is het ‘een heel gewone jongen. Dat is niet gekunsteld, hij heeft absoluut geen pretenties. Hij vindt het een onvoorstelbaar privilege dat hij premier mag worden, maar hij relativeert het wel en noemt dat een baantje.' Een vertrouwelinge vertelde in de Volkskrant dat Rutte nog steeds verbaasd is over zijn eigen bekendheid. 'Het gebeurt regelmatig, dat we ergens zitten en hij een kop koffie aangeboden krijgt. Zegt hij: 'Goh, zeker een actie ofzo?' Ik moet hem er echt op wijzen: 'Nee Mark, jij bent Mark Rutte. Dáárom.'

 

 

Tegen Paul de Leeuw en Edwin Evers zei hij op radio 538: ‘Er is niets veranderd in mijn leven, ik doe nog gewoon mijn dingen.‘ Nog steeds woont hij in zijn driekamer bovenwoning in Den Haag, houdt zijn oude Saab, zijn oude Nokia, zijn oude vriendenkring en loopt volgens Kelder ‘nog altijd in dezelfde lamswollen truitjes met een gat erin’. Ook blijft hij lesgeven op een zwarte school in de Haagse Schilderswijk.


Nog niet zo lang geleden was de beeldvorming minder rooskleurig.
Rutte zou teveel naar de pijpen van de partijprominenten dansen. Hij was te soft en te links voor de VVD-achterban, ‘te veel het broertje van Wouter Bos’ (Frans Weisglas). Een studentikoos moederskindje zonder vrouw, die eigenlijk liever concertpianist had willen worden. Hoe Rutte het geflikt heeft om in zo korte uit te groeien tot de nieuwe leider van het land is zelfs voor fractiegenoten een raadsel. 'Ik zie geen wezenlijk andere Rutte dan vier jaar terug’ zegt een van hen. ‘Blijkbaar leren de mensen de echte Mark nu pas kennen en waarderen.’

 

 

We zijn dan ook vele butsen en schrammen verder. Rutte’s incasseringsvermogen is flink op de proef gesteld. Volgens PvdA'er Peter Rehwinkel, gepromoveerd op de positie van de minister-president, moet een premier een zekere loutering hebben ondergaan: ‘Dat heeft Mark. Hij heeft zes zetels verloren in 2006 en moest lang vechten om zijn politiek leiderschap te vestigen. Ook na de strijd met Verdonk. Hij is van ver gekomen’. Met veel vakmanschap en rugwind – met dank aan de economische crisis, die hij als eerste politicus in Nederland aan zag komen – heeft Rutte in de peilingen een koppositie weten te veroveren.

 

 

Volgens Edith Schippers heeft hij stalen zenuwen. ‘Als de spanning toeneemt wordt hij ontspannen. En dat onverbeterlijke optimisme hè!’ Volgens Rutte zelf is optimisme ’een morele plicht’ en blijft altijd de bright side of life zien. Zelfs toen de VVD in de peilingen naar vijftien zetels zakte. Niemand zag nog enig been in zijn politieke toekomst, maar Rutte zei ‘er heilig van overtuigd te zijn’ dat de partij snel weer in de lift zou zitten’. Hij moet niets hebben al dat gesomber in Nederland en ziet het als zijn taak om die pessimistische mentaliteit te veranderen:  ‘Onze optimistische boodschap aan alle Nederlanders is dat we sterker uit de crisis kunnen komen. We gaan in financieel opzicht een moeilijke tijd tegemoet en iedereen zal dat ook gaan merken. Maar er is geen enkele reden om bij de pakken neer te zitten.’ 

 

 

Het liberalisme dat Rutte uitdraagt komt neer op zorgen voor jezelf en je naasten, initiatief nemen, niet afwachten. Hij wil meer optimisme en ondernemingszin zien: ‘Nederland gaat de concurrentieslag niet winnen met lage lonen maar met creativiteit en lef.’ De staat is geen ‘geluksmachine’ en moet ambitieuze mensen niet in de weg zitten, maar moet een lokkend perspectief bieden. Of zoals Rutte het in 2005 in een interview met Trouw zegt: 'Politiek moet ook een romantisch gehalte hebben. Het idee dat er ergens een groene grazige weide is, iets wat mooier is dan het heden en dat jij als individu die mooie toekomst dichterbij kunt halen als je het beste uit jezelf haalt.'

 


Wie echter denkt dat onze nieuwe premier alleen maar een goedlachse
positivo is, die nooit boos wordt heeft het mis. Rutte weet wat hij wil en wie zijn afspraken niet nakomt, kan maar beter dekking zoeken. Rutte kan volgens partijgenoten stevig vloeken en tieren en als het niet gaat zoals hij wil kan hij ontploffen. Volgens partijgenoten heeft hij een opvliegend karakter. Rutte zelf: ‘Ik heb inderdaad een adrenalineprobleempje’. Het is een kant van Rutte die weinigen kennen. Volgens Ton Elias is hij ‘veel harder dan iedereen denkt. Dat merk je tijdens fractievergaderingen. Daarin kan hij lomp afkappen. Als hij eenmaal zegt 'zo doen we het', dan moet je niet meer zeuren. Het is een man van paradoxen. Hij lijkt uitermate toegankelijk, maar alleen op onderdelen die hij zélf kiest. Hij is in 95 procent van de gevallen innemend, charmant en makkelijk, maar hoed je voor ruzie. Wat die overige vijf procent betreft is hij spijkerhard.’

 

 

Volgens partijgenote Anouchka Miltenburg kan hij ‘op het onredelijke af ongelooflijk boos zijn, echt razend.’ Vertrouwelinge Edith Schippers, vice-VVD-fractievoorzitter, beaamt dat hij  ‘soms behoorlijk bot uit de hoek kan komen. Sommige bezoekers, ook hooggeplaatste, kijken er wel van op als ze de wind van voren krijgen. Mark weet wat hij wil, ergert zich aan mensen die problemen constateren maar ze vervolgens niet oplossen.’ Rutte zelf gelooft in ‘hard op inhoud, zacht op relaties. Niet de hele dag als een botsautootje over straat.’ Hij is niet kwaad op de persoon, maar over iets wat gedaan moet worden. Rancuneus is hij niet en zoekt altijd de weg van de redelijkheid. Een kwartiertje na een aanvaring belt hij zijn slachtoffer altijd even op om te vragen hoe de vlag er bij hangt. Of stuurt een verontschuldigend sms'je. Een een oud-collega uit zijn Unilevertijd kent hem  als ‘een man die krijgt wat hij hebben wil.’ Een vriend uit zijn JOVD-tijd zegt: 'Mark straalt bescheidenheid uit, maar pas op: hij weet precies wat hij wil. Zonder vuist op tafel krijgt hij toch mensen zijn richting op.’ 

 

Charlotte Polak

Eerder verschenen in het corporate magazine van Boer & Croon | OverGrenzen, zomer 2010]

 

Ook een werkportret maken?

 

Reageer


Volg ons



Deel