Tekstschrijver wint P.C. Hooft-prijs

Wat is de overeenkomst tussen Hans Teeuwen, Henk Hofland, Bram Moszkowicz en A.F.T. van der Heijden? Het zijn allevier tekstschrijvers. Maar zo noemen ze zichzelf niet, want wie voor zichzelf schrijft heet cabaretier, journalist, advocaat of schrijver. Wie voor anderen schrijft noemen we tekstschrijver. 

 

Sinds organisaties halve uitgevers zijn geworden, is er een staande vraag naar tekst-schrijvers. Stel je maar eens voor dat je een tekst nodig hebt om bij een bijzondere gelegenheid uit te spreken. Aan de huwelijksdis van je beste collega bijvoorbeeld of op diens begrafenis. Dan zit je ongeveer in hetzelfde schuitje als waarin veel communicatie-professionals elke dag zitten: ze hebben vóór de deadline een passende tekst nodig.

 

 

Toegegeven, doorgaans gaat het daarbij niet om een gesproken tekst, al is dat wel de oorsprong van het vak. Ooit ging het bij de tekstschrijverij namelijk om het schrijven van uit te spreken of te zingen teksten. 


Cabaretiers werken nog altijd vaak samen met tekstschrijvers en politici en andere drukbezette, publieke figuren met speechschrijvers en ghostwriters. Allemaal tekstschrijvers.

 

 

Je bent misschien geneigd te denken: schrijf die tekst zelf even. Maar zo simpel ligt het niet. Iedereen binnen de organisatie ontwikkelt na verloop van tijd een corporate blik op de werkelijkheid en gaat automatisch in een soort geheimtaal praten. Dat valt ze zelf niet op omdat ze elke dag met elkaar omgaan. Gelukkig heeft de communicatieadviseur nog de tegenwoordigheid van geest om te beseffen dat de buitenwereld daar geen touw aan kan vastknopen. Dat verklaart voor 70% het beroep dat organisaties op tekstschrijvers doen.       

 

Waar let een tekstschrijver op? De compositie van de tekst is natuurlijk belangrijk. Net als de teneur. Bij commerciële boodschappen staat de (trans)actie centraal, bij goede doelen de empathie en bij een handleiding de informatie. Maar in alle gevallen is de tone of voice, de snaar die je aanslaat, doorslaggevend. Die snaar moet op je publiek zijn afgestemd, wil de boodschap resoneren. En een boodschap resoneert alleen wanneer je publiek zich in de klankkleur en de toonhoogte herkent. Urologen schrijf je niet aan als loodgieters en Hells Angels niet als verpleegsters. Dat heeft niks te maken met discriminatie, maar alles met identificatie. Identificatie is een sleutelvoorwaarde bij effectieve communicatie.

 

Een tekstschrijver moet dus wervend, informatief, educatief, overtuigend, populair of juist academisch kunnen schrijven. Hij (M/V) heeft gevoel voor compositie en stijl. Maar minstens zo belangrijk: hij heeft de humor van een cabaretier, de kritische blik van een journalist, de overtuigingskracht van een advocaat en de verbeeldingskracht van een schrijver. Collega tekstschrijvers tenslotte.  

 

Bob Duynstee 

PS: Tekstschrijver A.F.Th. van der Heijden won de P.C. Hooftprijs 2013. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks afwisselend toegekend voor proza, essayistiek en poëzie. 

 

 


Reageer



Volg ons




Deel