Over het nut van projectevaluaties

De prijs van een procespraktijk. De praktijk van risico-evaluaties bij ruimtelijke projecten in Amsterdam

Projectevaluatie. Procespraktijk DuynsteePolak communicatie, Bob Duynstee

Amsterdam loopt het risico achterop te raken bij een bouw-praktijk die in versneld tempo juridiseert. Hét instrument om bij te blijven – de risico/aansprakelijkheidsevaluatie – wordt onvoldoende (professioneel) toegepast. Zo worden vermijdbare kosten niet vermeden en dreigt de wet van behoud van ellende. 

 

 

Natuurlijk, een bouwer weet altijd beter waar de risico’s liggen dan een opdrachtgever. Zelfs als het, zoals bij Amsterdam, een professioneel opdrachtgeverschap betreft. Maar hoe capabel is de gemeente Amsterdam om grootstedelijke ruimtelijke coalitie-projecten budgettair tot een goed einde te brengen? Keer op keer worden projectbegrotingen overschreden en draait de gemeente op voor de kosten: de Noord-Zuidlijn, de Nescio-fietsbrug, de Vlakke Vloerzaal van de Stadsschouwburg, de rioolwaterzuivering, herprofilering Overtoom en Stadhouderskade, het Stedelijk Museum.

 

 

Procesverbeteringen

Opgeteld gaat het om honderden miljoenen euro’s. En dat zijn dan alleen nog maar de meest in het oog springende projecten. Wat dan te denken van al die tientallen andere projecten die op dit moment in uitvoering zijn, maar niet in het nieuws komen? Overschrijding van bouw- en aanlegkosten is inmiddels van uitzondering tot regel geworden. Ook de Rekenkamer en de accountant van de gemeente wijzen al sinds 2005 op dit financiële spuigat, maar kennelijk laat zich die wetenschap maar moeilijk doorvertalen naar procesverbeteringen in de bouwpraktijk van alledag. Als antwoord heeft de gemeente een risk-databank ingericht, maar projectleiders constateren dat de items die erin zijn opgeslagen, zich in de praktijk niet voordoen en wat zich in de praktijk voordoet, er niet in is opgeslagen.

 

 

Politiek bestuurlijk niveau

Een paar relativeringen zijn op hun plaats. In de eerste plaats een niet zo’n sterke relativering: overschrijdingen doen zich ook voor in de particuliere sector. Het hoofdkantoor van ABN AMRO kende indertijd een overschrijding waarvoor een hele grote gemeente zich niet zou hoeven schamen. Daar hoor je niemand over. Op de IJ-oever kwamen gebouwen als het Muziekgebouw en PTA onder de gemeente en min of meer binnen de budgetten tot stand, terwijl het particuliere hotel (Mövenpick) behoorlijk in tijd is uitgelopen. Maar ook als projecten binnen tijd en budget worden opgeleverd, gaat de gemeente niet zelden nog nat op de exploitatiebegroting (Muziekgebouw, Stedelijk Museum). Meer inhoudelijk doen overschrijdingen zich voor omdat bestuurders in het proces van de politiek-bestuurlijke besluitvorming de aangeboren neiging hebben om de kosten van een project bewust te laag voor te stellen [1]. Een project met een negatieve balans tussen de kosten en de verwachte maatschappelijke baten en/of exploitatieopbrengsten zal de raad niet passeren. Om die reden worden mogelijke risico’s bewust buiten beschouwing gelaten.[2] Daarmee neemt de raad een vertekend beeld op de werkelijkheid voor lief. [3] Het zou zuiverder zijn de raad een keuze te geven tussen een hogere, maar risicovrije cq. verzekerde projectbegroting of een lagere, maar risicodragende begroting [4].

 

 

Publiciteit

Dat dwingt indieners ook tot het beprijzen – en daarmee benoemen – van het risico. Overigens kan het noemen van bedragen en risicoreserveringen in de raadsbehandeling voorafgaand aan de aanbesteding onverstandig zijn in verband met de onderhandelingspositie van de gemeente. Een risicoreservering wordt door marktpartijen immers al snel gezien als extra budgetruimte. Terecht wordt geprobeerd om bedragen uit de publiciteit te houden. Wie onderhandelt over de prijs, moet immers nooit als eerste bedragen noemen. Om die reden wordt voor de deelbestekken ook gewerkt met percentages van het geheel.[5] Er is trouwens niets op tegen om aanbestedingen voor grootschalige projecten als de Noord/Zuidlijn pas op de markt te brengen als de marktomstandigheden voor de gemeente gunstig zijn (onderbenutting van de bouwcapaciteit). Nu werd de Noord/Zuidlijn in een overspannen situatie op de markt gebracht, waardoor een project al meteen onder druk staat.

 

Lees meer...

Wil je de hele publicatie lezen?

 

Bob Duynstee 

Print Friendly and PDF

[1] Zo wordt toenmalig wethouder Dales verweten dat hij de Noord/Zuidlijn bewust te rooskleurig zou hebben voorgesteld (‘planoptimisme’) om zo de raad tot een instemmingsbesluit te verleiden.

[2] Bij de Noord/Zuidlijn is veelvuldig gebruik gemaakt van stelposten. Deze worden gewoonlijk alleen gebruikt voor kleine zaken waarvan de kosten niet precies berekend kunnen worden, zoals archeologische vondsten. Maar bij de Noord/Zuidlijn zijn stelposten opgenomen voor elementaire werkzaamheden, zoals het ontgraven van bouwputten, het slaan van betonnen diepwanden en voor grondstempels bij het Centraal Station en de stations in de binnenstad, en voor het ontgraven van bouwputten in de binnenstad. De kosten daarvan schatte de gemeente lager in dan de aannemer. Die lagere taxaties werden opgenomen in het contract. De gemeente zou voor meerkosten opdraaien.

[3] Ook bij de Stopera bleek gewerkt te zijn met stelposten. De commissie die in 1988 onder leiding van hoogleraar bestuursrecht Herweijer onderzoek deed naar de kostenoverschrijdingen van de Stopera, oordeelde dat grote bouwprojecten nooit meer open einden mochten hebben (de scope moest vaststaan), zoals de stelpost. In de gemeenteraad hebben raadsleden keer op keer gevraagd of de metrolijn wel ‘Herweijer-proof’ is. Het college heeft dat altijd bevestigd.

[4] Het risicobudget bij de Noord/Zuidlijn bedroeg 4 procent, terwijl bij experimentele projecten een percentage van 10 procent reëel zou zijn geweest.

[5] Bij omvangrijke projecten wordt gewerkt in deelbestekken. Ze werd de Noord/Zuidlijn eerst in 7 en daarna in 30 deelbestekken behandeld.

 

Vraag of opmerking over deze blog?

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.



Commentaar schrijven

Commentaren: 0