Hoe beïnvloeden organisaties decision makers? (deel 1)

Wat doe je als je wél aan de knoppen wilt draaien, maar geen staatsgreep wilt plegen? Lobbyen en paaien!

Deel 1 van deze blog gaat over standpuntbepaling en beïnvloeding. Deel 2 over het opstellen van een position paper, over framing en over controlling the narrative. De tips in deel 2 kun je ook gebruiken als je zelf eens je standpunt op de opiniepagina van een krant wilt ventileren.   

 

Je zou het niet zeggen als je de sociale media er op naslaat, maar de meeste mensen vinden het knap lastig om over een onderwerp als het Oekraïense referendum een standpunt in te nemen. En dat is het ook. Je overziet niet alles, kent niet de ins en outs van een onderwerp. Reken maar dat veel Britten voor het Brexit-referendum behoorlijk van de leg zijn. En dat zouden continentale burgers ook zijn geweest bij de invoering van de Euro, als hun om een mening was gevraagd. Columnisten hebben een professionele mening, maar die hebben dan ook geen verantwoordelijkheid. Hooguit een artistieke. Daar staat tegenover dat columnisten zich overal over kunnen opwinden, dagelijks in het nieuws zijn en er niet zelden een hele scherpe of juist kolderieke mening op nahouden. Ook de media hebben de neiging om zich professioneel op te winden. Media floreren bij meningen. Dat is hun handel. En dus extrapoleren ze alles en iedereen. Om daar in hun commentaar vervolgens weer even hard tegenin te gaan. Maar uit de buurt blijven van de synthese is natuurlijk wel dé manier om lezers vertrouwd te maken met de ins en outs van een bepaalde kwestie.  

 

Vertegenwoordiging

Bedrijven, NGO’s, goede doelen en brancheorganisaties hebben ten opzichte van burgers één ding gemeen: het zijn organisaties. En organisaties hebben niet zozeer een mening maar nemen een standpunt in. Dat klinkt minder weifelachtig. Hoe organiseren organisaties nu een standpunt? In de eerste plaats door de krachten te bundelen en daar ook geld voor op tafel te leggen. Grote bedrijven laten de grote onderwerpen over aan belangenorganisaties als VNO/NCW en MKB Nederland. Daarnaast hebben bedrijven op brancheniveau vaak nog een vertegenwoordiging, denk aan LTO Nederland of een productschap. Universiteiten bundelen de krachten in de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, ziekenhuizen in de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, gemeenten in de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, goede doelen in de Vereniging van Goede Doelen en - een goed voorbeeld doet goed volgen - zo zijn er 204 patiëntenorganisaties in Nederland. Allemaal belangenorganisaties. Organisaties besteden dus de meningsvorming uit aan een groep betaalde experts en lenen die vervolgens terug.  

 

Nationale agenda 

Maar hoe behartigen dit soort vertegenwoordigende organisaties dan de belangen van hun leden? Daar zien we het tweede aspect van het organiseren van een standpunt: de agenda. Belangenorganisaties houden er een agenda op na. Op de agenda staat een veelheid aan onderwerpen: vergunningen, duurzaamheid, regelgeving, governance, toezicht, marktwerking en noem maar op. Onderwerpen die spelen zijn 'issues' in het jargon en geheel in lijn met hoe organisaties denken, wordt dan ook gesproken over 'issues-management', daarmee suggererend dat issues ook te managen zijn. En verdomd als het niet waar is! Per issue scannen en sonderen organisaties stationair de stemming onder de gremia waar ze voor die agenda van afhankelijk zijn: nationale politiek, publieke opinie, wetenschap, media en internationale instituties. Op die manier houden bedrijven constant druk op de bal. Natuurlijk kan het qua coalitie in Den Haag een keer tegen zitten. Maar er komt altijd een moment dat het meezit en dat een deel van de agenda in beleid wordt omgezet. 

 

Public affairs

De druk op de decision makers is niet alleen reactief. Lobbyisten lopen in Den Haag en Brussel de deuren plat met onder hun arm die agenda. En dat zijn vaak oud politici die weten hoe de hazen lopen. Sinds 1990 heeft minstens 25 procent van de landelijke oud-politici een baan gekregen in de top van een brancheorganisatie, een belangenvereniging of een public affairs bureau. Public affairs is de verzamelnaam voor activiteiten die organisaties op touw zetten met de bedoeling om de politiek, de publieke opinie, de media en de wetenschap te beïnvloeden. Wat dan goed werkt is het paaien van parlementariërs met een betaalde bijbaan. Zo bleek opeens bij de sjoemelsoftware van Volkswagen een verrassend groot aantal Europarlementariërs op de loonlijst te staan van de auto-industrie. Huh? Op dit moment heeft meer dan de helft van alle Europarlementariërs een bijbaantje. Sommigen verdienen daarmee zelfs meer dan met hun werk in het parlement. En wat te denken van José Manuel Barosso, de Portugees die van 2010 - 2014 voorzitter was van de Europese Commissie en zo snel hij kon lobbyist-in-chief werd bij .... tadaaaaahhhh: Goldman Sachs, de bank die Griekenland in de Eurozone bracht om vervolgens te speculeren op haar rampspoed. Of Neelie Kroes, die bij hoog en laag bezwoer dat ze na haar periode als commissaris geen adviesfunctie zou aannemen: 'Ik zal zelfs geen Bed&Breakfast openen', zo zei ze. Maar ze had haar hielen nauwelijks gelicht, of ze had een adviesfunctie bij Über.   

 

Een andere strategie is het strikken van decision makers voor lezingen tegen een gage waar ze moeilijk nee tegen kunnen zeggen. Op die manier worden vooraanstaande wetenschappers gepaaid. De farmaceutische industrie is er groot mee geworden. Net als met het sponsoren van patiëntenverenigingen. Farmaceuten betalen medische specialisten miljoenen. Vooral reumatologen, internisten en longartsen ontvingen in 2015 veel geld. De miljoenen worden vooral gestoken in advieswerk, spreekbeurten en congresbezoeken. Pikant zijn de forse betalingen aan een aantal beroepsverenigingen. Zo ontving cardiologenvereniging NVvC in 2015 bij elkaar ruim zes ton van twaalf farmaceuten. Beroepsverenigingen schrijven de richtlijnen voor het gebruik van medicijnen. 

 

De bankenwereld blijkt dan weer diepgaand geïnteresseerd te zijn in de visie van politici als Hillery Clinton, zodra ze die rek- en strekoefeningen zien maken voor het presidentschap. Clinton kwam drie keer haar visie op het bankwezen toelichten bij Goldman Sachs à 225.000 dollar per babbel. En nee, dat mag je geen omkoping noemen. Maar ondertussen werkt het wel zo: 'Wallstreet is talking, Hillery is listening.' Beïnvloeding gaat in Amerika heel rechtstreeks. Staatsschuld is voor de brave Hendrikken. Panama Papers, weet u wel?

 

Internationale agenda

Aan de nationale agenda gaat vaak nog een internationale agenda vooraf. Voor een NGO als Greenpeace is die grotere internationale agenda bijvoorbeeld de klimaattop in Parijs. Voor het multinationale bedrijfsleven was dat de Lissabon-agenda, de agenda als gevolg waarvan massa's Oost-Europeanen aan laagbetaalde banen in West-Europese landen konden inpikken. Of moet ik zeggen: de agenda waardoor heel veel goedwillende Oost-Europese burgers een kans kregen op een beter bestaan door banen te accepteren waar wij onze neus voor ophalen en dat ook nog eens tegen een lager loon waardoor de concurrentiepositie van deze bedrijven verbetert en werkgelegenheid op middellange termijn verzekerd is. Zeg het zelf maar. Dan zijn we aanbeland bij de meest perverse vorm van beïnvloeding: big money. In Amerika en Engeland zijn denktanks en instituties met prachtige namen actief die niets anders doen dan media beïnvloeden en rechtszaken aanspannen tegen zelfs de geringste beschuldigingen en beweringen met een zodanige hardnekkigheid dat tegenstanders op hun tellen moeten passen. De financiering is schimmig, maar op de bühne is het een drukte van belang.   

 

Position paper

Zijn we er dan? Nee, want aan elk issue op de agenda gaat een position paper vooraf. Een position paper is een uitgewerkte standpuntbepaling in een discussie of ten aanzien van voorgenomen kabinetsbeleid of Europese regelgeving. Inclusief argumentatie, onderbouwing en kritiek op het oppositionele standpunt. NGO's hebben er geen moeite mee om via de media met een standpunt naar buiten te komen. Die behartigen het algemene belang en strijden in de ogen van het grote publiek de goede strijd. Bedrijven behartigen het eigenbelang, maar bieden natuurlijk ook werkgelegenheid en ondersteunen maatschappelijke doelen. Doorgaans komen bedrijven liever alleen met reclames, met mooie cijfers of met die goeie doelen in de publiciteit. Hun standpunten kaarten ze liever achter de schermen aan. Of via hun belangenorganisatie. Maar als ze in een hoek worden gedrukt, nemen ze ook publiekelijk de handschoen op. En reken maar dat ze dan elk woord op een goudschaaltje hebben gewogen. Een strategisch moment voor de publicatie van het eigen geluid is in de aanloop naar een conferentie, verkiezingen of stemming in de Tweede of Eerste Kamer, in het Brusselse parlement of bij een van de (inter)nationale instituties waar een knoop wordt doorgehakt. 

 

Hoe maak je een position paper?

 

Print Friendly and PDF

Vraag of opmerking over deze blog? Of wil je meer weten over een position paper?

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.

Lees meer blogs: