sPEECHen, spreken in het openbaar en PRESENTeren; onze tips

Twaalf tips die wij als speechwriter en als spreker/dagvoorzitter in de loop der jaren verzameld hebben. Met dank aan de familie Obama.

CEO geeft een speech, lezing, presentatie, toespraak

In mijn familie hadden we rond 1900 twee broers, Henry en Leon, die samen een meelfabriek runden. Aan het begin van het nieuwe jaar sprak Leon ter gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van de fabriek een gezelschap toe, waarbij hij zelf  bepaald niet aan zelfkritiek ten onder ging: ‘En toen zorgde ik voor ...’, ‘En toen greep ik in omdat ...’, ‘En toen ging het opeens ...’ Na deze hommage aan zichzelf nam Henry het woord om de plaquette te onthullen en zei in zwaar Limburgs dialect: 'Ik weet het Leon, en wij hier weten het allemaal. Als 's morgens de zon opkomt’ en hij wees in de richting van zijn broer, ‘dan is dat  jouw werk.’

maak het persoonlijk

Iedereen moet wel eens iets voor een groep zeggen. CEO's, HR-directeuren en afdelingsmanagers zelfs heel vaak. Bijvoorbeeld op nieuwjaarsrecepties en bij kersttoespraken. Wat werkt nou wel en wat niet? Om bij dat laatste te beginnen: opsommingen. En toen dit, en toen dat. Werkt niet. Nu niet en nooit niet. En waarom niet? Omdat we een referentiepunt missen. En wat is dat referentiepunt? Juist, dat ben je als spreker zelf. De eerste persoon enkelvoud is nu eenmaal dé persoonsvorm van de verteller. En het vermijden van die persoonsvorm maakt een speech afstandelijk en onpersoonlijk. Het komt ook onnatuurlijk over. Iedereen ziet je daar namelijk staan. Dus tip 1 uit de wereld van storytelling is: maak het persoonlijk. Vertel dus wat jij ervan vindt, hoe jij het ervaart. Want ja, bij presenteren heb je het gewoon over storytelling

metafoor, anekdote en voorbeeld

Maar is het woordje 'ik' dan niet verdacht? Tja, ego is een beest dat je voor een speech maar beter in zijn kooi kunt houden. Maar met speechen moet je juist identificatieruimte creëren. Je gehoor moet zich met je verhaal kunnen identificeren. Dus niet zoals Leon: 'Ik heb dit en ik heb dat', maar meer verhalend: 'Ik las vanmorgen in de krant dat...', ‘Ik hoorde dat ...’,  ‘Ik kwam laatst ...’,  ‘Toen ik ...’. Want dat is tip 2: pluk voorbeelden uit het echte leven. Dat zijn situaties waarin iedereen zich kan herkennen. Als je rond nieuwjaar voor je eigen medewerkers praat, pak dan een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk: 'Ik ging laatst naar de supermarkt/garage/dokter ...' Liefst een positief voorbeeld dat je zelf hebt meegemaakt. Je wilt tenslotte dat je medewerkers met een goed gevoel naar huis gaan. Trots op wat ze hebben gepresteerd, opgeladen voor wat ze moeten gaan presteren. Een metafoor doet het ook goed aan het begin van een speech. Net als de anekdote. Allemaal elementen uit de wereld van storytelling. Denk wel goed na over het bruggetje: hoe kom je van je voorbeeld, anekdote of metafoor op het thema van je verhaal?  

Activeren en visualiseren

Het sterkste werkt het direct betrekken van je gehoor bij je verhaal. Door het stellen van een vraag of door ze een korte oefening te laten doen. Visualiseren werkt ook goed. In de film 'The Big Short' legt de hoofdrolspeler aan een groep bankiers uit waarom het bankensysteem op ontploffen staat en hoe ze daar van kunnen profiteren. Hij demonstreert zijn punt met een Janga-puzzel, een toren van losse houten blokjes. Op de blokjes staan de ratings van grote en kleine banken, met de zwakste ratings, triple B, onderaan de toren en de beste ratings, triple A bovenaan. In een oogwenk snap je het probleem: zwakke banken trekken de sterke banken om. Aan de onderkant haalt hij telkens een blokje weg, tot de hele stapel omvalt: ‘This is America's housing market.’

Twaalf tips voor speechen, spreken in het openbaar of presenteren uit eigen ervaring

Onderstaande tips heb ik verzameld aan de hand van coachingssessies met sprekers en aan de hand van mijn eigen ervaring als dagvoorzitter en spreker voor kleine en grote gezelschappen. 

Dagvoorzitter Bob Duynstee
Dagvoorzitterschap op het tweejaarlijkse congres van de Nederlandse Vereniging van Bedrijfsmaatschappelijk Werkers op 15 maart 2018 op het hoofdkantoor van ABN AMRO
Bob Duynstee als dagvoorzitter in gesprek met de zaal.
Bob Duynstee als dagvoorzitter in gesprek met de zaal.
Bob Duynstee als dagvoorzitter
Bob Duynstee als workshopleider in de Efteling tijdens de workshop storyteling & leiderschap voor ABN AMRO

  • Bepaal vooraf welk beeld/welke emotie je bij je gehoor wilt achterlaten. Wat wil jij dat ze zich na drie weken nog van je toespraak herinneren? Welk gevoel moet er zijn blijven hangen? Welk kwartje moet er vallen? 
  • Wat is het centrale thema van je speech of presentatie? Wat is de kernzin? Wat is het kernwoord? Kun je daar een beeld bij verzinnen? Kun je een voorwerp bedenken dat bij dit kernwoord past? Neem dat dan mee en vertel waarom dat voorwerp symbool staat voor wat je wilt vertellen. Of beeld dat voorwerp levensgroot af op het scherm.

Peter van Uhm doet dat met een stengun. 

Een researcher liet op het scherm een levensgrote koekjestrommel zien en begon zijn presentatie als volgt: ‘Mijn moeder verstopte altijd dit soort bewaarsystemen in huis, want ik at alles op wat ik maar in mijn vingers kreeg. Eigenlijk heb ik van mijn moeder geleerd hoe je heel snel goed moet zoeken. Die permanente zoektocht in mijn jeugd is de reden dat ik nu als researcher verantwoordelijk ben voor …’

  • Maak het persoonlijk, werk met voorbeelden uit het echte leven. Schilder een persoonlijke anekdote of een persoonlijk verhaal met liefde voor details: gezichten, kleding, woordgebruik, houding, settings, weersomstandigheden. Probeer het allemaal letterlijk voor je te zien. En denk aan zintuigen: hoe rook het? Wat zag je? Wat hoorde je? Wat voelde je? Michelle Obama vertelde in haar speech over haar vader die aan MS leed. 'Ik zie hem nog staan, boven aan de trap... ik stond daar naast m'n broer...' 

Michelle maakt haar verhaal persoonlijk en geloofwaardig door details.

  • Een speech duurt niet langer dan 5 – 15 minuten. Uitzonderingen daargelaten. Maar langer dan 20 minuten gaat al gauw vervelen. Een presentatie kan variëren van een minuut (pitch) tot drie uur. Hoeveel woorden zijn dat? Dolf Jansen praat op mitrailleursnelheid 236 woorden per minuut en de koning in zijn kersttoespraak op musket-snelheid 130 woorden per minuut. Maar dat is wel het aantal woorden per minuut dat een zaal aankan. 'Schrijf en oefen je speech op zo'n 100 woorden per minuut, dan heb je ook tijd om stiltes te laten vallen. Een stilte na een punt dat je hebt gemaakt, geeft je boodschap impact en je toehoorders de gelegenheid om wat je vertelt te verwerken.

Let op de stiltes die de 'büttenredner' hier steeds laat vallen.

  • Kleine concrete woorden zijn altijd beter dan grote abstracte woorden waar niemand zich iets bij kan voorstellen. Dat pleit voor beeldend taalgebruik. Gebruik ook niet teveel dure woorden als je ook betaalbare woorden kunt gebruiken.
  • Elke toespraak kent dezelfde opbouw: begin, midden en eind. En zo'n begin, midden en eind bestaan ook weer uit een begin, midden en eind. Verbind begin, midden en eind steeds met elkaar via 'bruggetjes'.
  • Het grote verschil tussen een gesproken en geschreven tekst is de informatiedichtheid. Daar is in een gesproken tekst veel minder ruimte voor. Dat betekent: geen enerzijds/anderzijds redeneringen, maar grote halen snel thuis. Hou het dus simpel.
  • Een clou of conclusie als een open deur is helemaal niet erg. Mensen horen graag wat ze zelf ook vinden. 
  • Hou het vooral positief. Mensen luisteren graag naar een positief verhaal dat op een enthousiaste manier wordt gebracht.
  • Schrijf je verhaal een keer helemaal uit. Kijk of de rode draad duidelijk is: hoe kom je van je opening via het midden naar je conclusie? Is dat logisch? Soms kan het helpen om de stappen te zien als ijsschotsen. 
  • Vat die ijsschotsen samen in kernwoorden. Eigenlijk zou je dan je verhaal moeten kunnen vertellen alleen op basis van die kernwoorden. Het is helemaal niet erg als je dan wat details van je verhaal vergeet, zolang je maar de rode draad vasthoudt.
  • Laat je mimiek en lichaamstaal op een natuurlijke manier corresponderen met passages van je verhaal. Tonen van emoties is geen teken van zwakte, maar van empathie.

Zorg dat je lichaamstaal en mimiek overeenkomt met je verhaal.

  • We hadden het weliswaar over ijsschotsen, maar probeer niet te gaan ijsberen op het podium.
  • En tot slot: probeer je hetgeen je vertelt ook daadwerkelijk vóór te stellen. Tastbaar. Als je zelf niet gelooft in wat je staat te vertellen, of als je er zelf geen beeld bij krijgt, krijgt je gehoor dat zeker niet.

Bob Duynstee

Verder praten over een speech, lezing, toespraak of presentatie? Of Bob Duynstee vragen als dagvoorzitter of spreker?

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.